De tekening op de cover is van Egon Schiele, getekend rond 1909.

5 Comments

  • nou, dat is erg leuk, je kunt het lezen in mijn boek; maar nog leuker is het student te zijn aan een kunstacademie, haha

  • Wat een fenomenaal en knettergek boek, hyperfascinerend, geschreven door een mens die zijn gelijke in deze wereld van burgers niet kent! Ik lees Bevrijding als een logisch vervolg op De monografie van de mond, van oraal naar anaal, en wacht op het derde deel van de trits: de genitale sfeer, wellicht bekroond (of juist niet?) door een boek over het oedipale.
    De openingspassage doet mij sterk denken aan die van Maximilian Aue in de roman Les bienveillantes: een roman als zelfbevrijding, zonder schroom voor de publieke reactie; een man als alle anderen, maar dan eerlijk. Een man die de smeekbeden tot G*d (ptakim) aan de klacht (Klaagmuur) onttrekt en ze schuift in de liefdesgleuf, waar loutering gevonden wordt. Een man die niet weet of hij zichzelf als een stinkend afvalproduct of als een sappige rode aardbei moet beschouwen, en die dat in een zelfgemaakt kunstwerk (een filmopname) hoopt aan de weet te komen: ein Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit. Een man die de goedkeuring van anderen niet meer nodig heeft als hij zich aan een ongebreidelde regressie overgeeft.
    Wat een impressies deelt de auteur ons mee! Zijn boek is om er eindeloos uit te citeren, hardop. Het is een sociaal boek, geen meditatie. De hoofdpersoon zoekt contact, zelfs zijn ultieme anale regressie is beloftevol want doordrenkt van ethiek en esthetica, ethiek àls esthetica of esthetica àls ethiek. Hij herhaalt zijn ontwikkelingsknelpunten uit het verleden en bedt die in een filmisch — en dus herhaalbaar — kunstwerk in, de enige plek waar hun mystieke betekenis tot haar recht kan komen. Oraliteit, analiteit en genitaliteit gaan niet op in hun botte materialiteit maar zijn als sluiers die, mits opgelicht door het kunstwerk, wijzen op de Inkarnationstrieb (Carl du Prel) van een nog onbekende werkelijkheid.
    De herhaalbaarheid van de artistieke opname (in de roman een “loop” genoemd) weerspiegelt niet alleen de peristaltische ritmiek van de sluitspier, maar tevens de herhaling van het gebed. En zoals de ptakim van de joodse Klaagmuur hun prefiguratie van verlossing alleen in de liefdesgleuf kunnen vinden, zo de anale erotiek van de slotscène in de kunst. Ethiek-Erotiek-Esthetiek: deze drie E’s bevrijden de hoofdpersoon, zodat hij niet meer, net als hondje Job, als een slaafs, lijdend (want halfverlamd) mankepootje door het oude kraakpand van de burgerlijke samenleving hoeft te hobbelen; een samenleving waar gekken en dwazen kunstenaars de wacht aan menen te moeten zeggen.

  • Dank Rico Sneller voor je reactie. Met name het idee van de drie E’s spreekt me aan. Wat mij betreft (als eerste lezer) is Bevrijding een roman die de diepere niet calculeerbare verbondenheid van Ethiek, Erotiek en Esthetiek thematiseert, waarbij de vergankelijkheid (= de dood) het element van die verbondenheid is.
    Zonder hen te beschouwen als vergankelijkheidservaringen kan er geen licht geworpen worden op fundament, systeem en verbondenheid van Ethiek, Erotiek en Esthetiek. Alle drie de E’s zijn au fond doodservaringen. Dat is wat het boek in het denken, handelen en voelen van zijn personages wil tonen. Kun je je vinden in deze interpretatie van de drie E’s?

    • In gesprek gaan met de auteur van deze roman is als een gesprek aangaan met de profeet over zijn profetie: schroomvalligheid is dus gepast, en zeker geen betweterigheid!
      De dood als verbindende schakel tussen Ethiek, Erotiek en Esthetiek: ik denk dat ik mij daarin zou kunnen vinden, maar ook hier met enige schroom. De dood is zo immens tragisch, en er moeten zoveel ptakim in gleuven worden geschoven voordat hij wellicht zijn slagschaduw intrekt en er een lichtglans kan verschijnen! Misschien is het volgende een manier om het te begrijpen. De drie E’s zijn drie “verglijdingen”.
      E1: Sterven in de armen van een geliefde nadat men zijn klacht in de wand van haar ziel heeft ingebracht.
      E2: Sterven nadat men is ondergedompeld in esthetische vervoering (Verzückung) (NB de “zelfmoordflat” is niet voor niets gevestigd naast de kunsttempel waar jij werkt!).
      E3: Sterven voor een ander mens (zoals liefde “Tess” voor haar gojse vriend).

      E, candeur des vapeurs et des tentes,
      Lance des glaciers fiers, rois blancs, frissons d’ombelles (Rimbaud)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *